Poëzie

Met mijn poëzie breng ik je in mijn spirituele wereld vol mos, bos en schors waar eksters zingen om gevoeligheid een plek te geven.

Schrijfresidentie Woordenvloed

 

 

 

Tijdens de schrijfresidentie ontdekte een beeldtaal van mieren, bos, mos en schors. Het was heel bijzonder om deze wereld te kunnen delen en andere werelden te leren kennen. De schrijfresidentie heeft mijn manier van schrijven opengetrokken en me geleerd dat ik echt vanuit mijzelf moet schrijven.

De schrijfresidentie Woordenvloed is ontstaan door TOTAAL, een community voor jonge taalmakers. TOTAAL is de jongerenwerking van Creatief Schrijven. Je kan hen vinden via hun website of instagram. 

 

Gedicht 1 uit de bundel:

 

Veerkind

Het snuisterende veerkind dat gaat slapen tussen takken van papier. Veren vindt ze niet. Zal ze wel slapen hier? Het veerkind broedt op lege plekken, waar veren verstopt, verdort, aan gevreten en geplukt zijn, soms enkel donkere vlekken.

 

Mijn huis hier, staat al vol water. Maar een veerkind drijft toch later?

open mic's in gent

In Gent neem ik actief deel aan open mic’s zoals bij Geheel de Uwe.
Het is een toegankelijke manier om te blijven schrijven en poëzie te delen.
Het creëert een moment van verbinding.

(Mijn poëzie deel ik via mijn Instagram account @art_domini)

Geurloos onkruid

In de kreukels van de aarde
verdwijnt ze tot stof
Ze wordt geboren tussen mos
bos, langs land en schors

Lange voelsprieten slepen op de grond
takken aan haar vingers en mossen uit
haar mond

Verslepend tussen takken
een geboren voelsprietkind
Deel van de aarde
dat haar plek niet vindt

Bevolkt eigen belang 
vergaat ze in de aarde
Gecomponeerde natuur
takken vol vogelgezang

Tussen takken
verlaten plek
vullen ze zelf
een werkelijkheid
dienst, vervuld gebrek

Liefste, voeler van papier
je kan in mij als mens wonen hier
Kom maar, er is zoveel te zien
trekken ze je in twijfel misschien

Zomaar gebruikt en vernield
teruggepland, niet bezield
Je wordt gewaardeerd en geëerd
zonder dat men ziet
hoeveel men van je leert

vervullende aarde
Kom maar slapen
Langs huilende bossen
ons verlossen
met een nieuwe werkelijkheid

Ze kruipt in het hars
van een boom
en zit te wachten
tot het droogt.

Zichzelf als een standbeeld
dat uitpuilt om te tonen
dat ze aanwezig is
Hier in een boom vol gaten,
bulten, krassen, mos, en schors.

Verdwijnhuis

Ergens verwatert het zand
in het huis, op zoek naar sporen
in het verdwijnhuis.

De sporen als verlaten slangenhuiden,
ergens was het er,
is niet meer te duiden, te zien.
Is het verlaten misschien?

Sporen als een hoop gevallen veren,
aangevreten, half verdord, vergeten.
Nooit zal iemand er nog over praten
als het huis is verlaten, aangevreten,
half verdort, vergeten.

Mieren en slakken kwamen binnen
langs de achterdeur, oud papier
werd er buiten gezet na lang gezeur en gesleur.

Muren die niet meer kunnen tellen
sommigen vervellen,
verliezen bakstenen.
Op zoek naar de plek die is verdwenen.

Pissebedden en kevers
die langs het raam warmte zochten,
de wind die de oude gordijnen vlochten.

Onder het laken van het huis
waar men even niets voelen kan,
lopen er goden over de vloer,
blijven zij
bestaan dan?

De tweede wereld van de poëten.

De tweede wereld van de poëten.
Hoe onze wereld misschien ooit zal heten.
Nu plakt ze vast aan een lijn, een lijn van ongemak waar nie­mand wil zijn.

De lijn zit vol met gaten en scheuren, van wat is en zal gebeuren.

Ik belicht het verlaten gevoel van eenzaamheid als die lijn, een lijn van ongemak waar ik aan vastplak, voor ik in een slaap ver­dwijn.

Niets zo ontspannend als een zilveren maan en empathische re­gen, terwijl fluisterende stemmen me onuitgesproken discussies doen herbeleven.

Een lijn die mensen scheidt en niet wordt gebroken, een lijn in een wereld waar er ook niet wordt gesproken.

Er wordt alleen gebeten en geduwd, verwaarloosd en gespuwd. Op alles en iedereen in strijd, voor degene die onnodig lijdt.

Het is de mens die zichzelf van empathie heeft ontdaan en die de lijn van ongemak deed ontstaan.

Overal ziet men een spiegeling van boze wolven op een lijn, tot er meer van hen dan liefde lijkt te zijn.

Die wolven die ons met kapita­lisme foppen, en zich achter een maatschappij verstoppen. Iedereen beschermt zich van boze wolven maar er blijven ook goede en grote golven.

Dus verstoppen poëten zich in een landschap van metaforen in de hoop dat de breekbaren ons wel kunnen horen.

De ziel van de boze wolf moet sterven, en de mens moet de ziel van de poët erven.

De zee blijft eeuwig golven in water en sommige werken voor de kinderen van later.

Ik beloof dat de poëten zullen blijven vechten en zingen voor de kinderen tegen slechte dingen.

Deze verdorde wereld kent nog licht, en de tweede wereld van de poëten gaat nog lang niet dicht.